Zoals in een eerder blog gemeld, waren we van plan begin november 2025 Lesotho te bezoeken. Door droeve familieomstandigheden moesten we echter gelijk naar aankomst weer terug. Ik heb toentertijd met de meeste lodges afgesproken dat we later een keer zouden terugkeren, zodat we de betaalde kosten niet nog eens zouden moeten betalen. We besloten het de laatste week van januari 2026 opnieuw te proberen.
Waar we de vorige keer een bakkie met 4×4 hadden gehuurd, heb ik nu een Nissan Xtrail 4×4 op het vliegveld van Johannesburg kunnen huren. Dit is een SUV en niet al te groot, in plaats van een bakkie. En bij aankomst op het vliegveld bleek dat dit een luxe uitvoering was, met alle toeters en bellen, en daarnaast ook nog gloednieuw, er stonden nog maar 2000 km op de teller. Het rijden in deze auto was dan ook een verademing ten opzichte van de GWM (Chinees) bakkie van de vorige keer. Het was eerst niet zo duidelijk of het een 4×4 was, maar uiteindelijk bleek na enig zoeken het toch echt een 4×4 te zijn (het stond niet achterop de auto).
Dag 1: We besloten dit keer weer dezelfde route te rijden, via het Golden Gate National Park en dan naar Maseru, de grensplaats en hoofdstad van Lesotho. De reis verliep verder vlot, waardoor we al rond half 4 bij de grens waren. Waar het de vorige keer ons 1 uur kostte voor alle formaliteiten, waren we nu binnen 10 minuten door beide grenscontroles heen. Bij de Lesotho grenspost hoorden we ook dat we eigenlijk verkeerd stonden, we hadden bij de VIP’s moeten staan, blijkbaar worden toeristen als VIP’s gezien. De verdere reis naar ons eerste hotel (dezelfde dan de vorige keer) verliep vlot en daardoor waren we al rond 4 uur op de plaats van bestemming voor de eerste dag. Waar we de vorige keer 2 nachten gepland hadden in dit hotel, hadden we nu maar 1 nacht geboekt (de overgebleven overnachting van de vorige keer, die we toen al betaald hadden). Ik had namelijk gezien dat er een bezienswaardigheid tamelijk dichtbij was, en dat we daarna nog gemakkelijk naar ons volgende hotel konden rijden.
Het hotel was niet erg bijzonder en door de ligging (midden in een niet al te welvarende buurt) was het eigenlijk ook niet mogelijk even een wandeling te maken. Bovendien was het erg warm (30 graden). Het diner was net als de vorige keer niet veel bijzonders en het restaurant was eigenlijk een grote hal, waar wij de enige gasten waren.
Dag 2: Na een ontbijt de volgende ochtend zijn we vertrokken richting Thaba Bosiu. Hieronder wat gegevens over deze bezienswaardigheid: Thaba Bosiu is een historisch zandsteenplateau en nationaal monument in Lesotho, gelegen op 24 km van Maseru. Als voormalig hoofdkwartier van Moshoeshoe I (19e eeuw) staat het bekend als de geboorteplaats van de Basotho-natie. De “Berg van de Nacht” bleef onoverwonnen tijdens diverse oorlogen en is de laatste rustplaats van de koninklijke familie. Thaba Bosiu is een cruciale locatie voor het begrijpen van de geschiedenis en de vorming van de moderne staat Lesotho.
Belangrijke aspecten van Thaba Bosiu:
De naam betekent “Berg van de Nacht”. Dat komt omdat men hier tijdens de nacht is aangekomen. Het diende als onneembaar fort tijdens de Mfecane en de Basotho-oorlogen tegen Britten, Zoeloes en Boeren. Het is een afgeplat plateau in het westen van Lesotho, vaak bezocht vanwege het uitzicht en cultureel erfgoed. De top is de begraafplaats van Moshoeshoe I en zijn nakomelingen.
Op de plaats van bestemming gekomen was er een informatiecentrum en een cultural village. Bij het informatiecentrum kon je een rondleiding met gids boeken, zonder gids kon je het niet bezoeken. Dat hebben we dan ook gedaan en met de gids zijn we naar boven naar het plateau gelopen. Het kon via een oud steil en rotsig pad, en via een modern geplaveid pad. Omhoog zijn we via het oude pad gegaan, naar beneden via het moderne pad. Hieronder zie je en impressie van wat we hebben gezien.




























Daarna zijn we naar het cultural village gegaan, waar ook een restaurant was. Het cultural village zelf was een doodse boel, er waren verder geen toeristen en we hebben niemand verder gezien. Ook bij het informatiecentrum waren wij trouwens de enige bezoekers. Er was ook een museum, waar we even doorheen gelopen zijn. Daarna zijn we naar het restaurant gegaan voor de lunch. Het stond beschreven als ‘fine dining’, maar het menu en het eten zelf waren erg gewoontjes.
Daarna zijn we gaan rijden richting onze volgende bestemming, Semonkong Lodge. Dit is een lodge waar vooral toeristen komen om de nabijgelegen waterval te bezoeken. Het is een route van ongeveer 2 uur het land en de bergen in. Hieronder een paar foto’s van onze route naar deze lodge. Het was een route over het platteland van Lesotho, waarbij enigzins duidelijk werd dat Lesotho een arm land is. De weg was echter erg goed.






Het dorp zelf (Semonkong) was erg rural en de weg naar de lodge aan de rivier was behoorlijk slecht. Maar de lodge zelf was vooral rustiek. En hier kwamen we ook weer buitenlandse toeristen tegen. We hadden hier een huisje gehuurd, dat een behoorlijk stukje hoger dan de lodge zelf lag. We moesten dus elke keer voor de maaltijd afdalen en na het eten weer klimmen over een steil paadje naar ons huisje. Vanuit ons huisje zagen we ook vogels zitten. Dit bleken Soutern Bald Ibissen te zijn, een bedreigde vogelsoort.
In de lodge bleek een groep scandinavische toeristen te verblijven, en daarnaast was individuele reizigers (stellen). We zouden hier 2 nachten verblijven, waarbij we de volgende dag naar de waterval zouden lopen (en terug). Het bleek dat het op eigen houtje mocht, dus dat hebben we dan ook gedaan.














Het avondeten was gezamenlijk, met een vastgesteld menu. Voor Tineke werd de maaltijd aangepast en dat gaf hier weinig problemen. De eerste avond was er zelfs een optreden van een plaatselijk bandje, zie hieronder een korte video. Onze Scandinavische gasten gingen zelfs meedansen. Die nacht kwamen we er ook achter dat er ’s nachts geen stroom is, dat werd ons niet verteld, maar pas om 8 uur in de ochtend was er weer elektriciteit.
Dag 3: De volgende ochtend zijn we na het ontbijt vertrokken richting de waterval. Zoals gezegd mocht het zonder gids, maar ik had wel een route op Alltrails gevonden en dat was maar goed ook. Want er waren vaak meerdere paden en het was niet duidelijk welke naar de waterval leidde. De route leidde door boerenland en we kwamen veel mensen te voet, te paard of met ezels tegen. Vergeleken met Madagascar, waar we vorig jaar zijn geweest, lijkt het land net iets minder arm. De mensen verplaatsen zich toch ook redelijk vaak te paard, iets wat we in Madagascar nooit gezien hebben, daar was het vooral lopend en/of met een koeienwagen.
Uiteindelijk kwamen we dan toch in de buurt van de waterval. Hier stond een jongeman te wachten die ons bij zich riep om de waterval te laten zien. We wilden het eigenlijk niet, maar hij drong zich bij ons op om ons alles te laten zien. We zijn dus een stuk met hem meegelopen om de waterval te kunnen zien. Toen we echter recht voor de waterval stonden, heb ik hem wat geld gegeven en gezegd dat we alleen verder gingen. De hoeveelheid geld was niet voldoende volgens hem (hij wilde het dubbele), maar dat hebben we niet gedaan. De waterval was de Maletsunyane Falls, een van de hoogste watervallen ter wereld.
Hieronder wat beelden van de route, de vallei en de waterval waar we op uitkeken.















De terugweg was eigenlijk dezelfde dan de heenweg, maar via een kaart vonden we een route om boven ook nog bij de rivier uit te komen. En waar we bij de rivier uitkwamen was een brug waar je kon oversteken. Dat hebben we echter niet gedaan, maar zijn terug naar de oude route gelopen (met een erg steile klim in het begin). Hieronder ook nog wat beelden van deze route.








Bij de lodge aangekomen zijn we eerst gaan lunchen (het was inmiddels middag) en de rest van de middag hebben we wat gerelaxt bij ons huisje. Het was ook te warm (ondanks de hoogte van ongeveer 2200 meter) om echt te wandelen. We hebben nog wat vogels en mensen gespot, zie de foto’s hieronder.







Die avond hebben we weer in de lodge gegeten, maar dit keer was er geen bandje dat optrad.
Dag 4: Na het ontbijt zijn we richting Aloes Lodge vertrokken. Dat is een rit van ongeveer 4,5 uur, weer terug naar Maseru en dan verder naar het noorden en dan oosten. Deze lodge ligt op weg naar de Katse Dam, een zeer groot stuwmeer. Daar wilden we de dag erna naartoe. Oorspronkelijk was het de bedoeling om daar te overnachten, maar de beschikbare accommodatie daar (Katse Lodge) was men aan het verbouwen en niet open. Vanaf Aloes Lodge is het nog 90 km naar de Katse dam, dichterbij kon ik zo niets geschiktst vinden. Zoals gezegd leidde de route ons eerst terug naar Maseru. Op de weg kwamen we heel veel vee tegen, dat voor ons dan aan de kant moest gaan. Zie hieronder een impressie van wat we zagen.:


We volgen voor de route altijd Google Maps, en in de buurt van Maseru stuurde hij ons af, waardoor we weer langs Thaba Bosiu kwamen. Hier zijn we even voor een toiletstop gestopt. Maar ongeveer 10 km verder werd de weg echter een grintweg en daar hadden we weinig zin in. De hoofdweg liep verder Maseru in en daarom zijn we weer teruggekeerd en via de hoofdweg een stukje omgereden. Inmiddels moesten we ook een keer tanken en wilde ik ergens wat voor de lunch kopen. We kwamen uiteindelijk langs een tankstation met een supermarktje. We hebben allereerst getankt. De pompbediende vroeg aan het eind of wij geen werk voor hem hadden in Zuid-Afrika. Hij had 2 kinderen en geen plaats om te slapen. Dat is natuurlijk lastig voor ons en dat hebben we ook aan hem uitgelegd. Daarna zijn we de supermarkt ingegaan. Uiteindelijk bleek dat er nauwelijks iets te koop was als lunch voor mij. Ik heb uiteindelijk wat brood met rozijnen erdoor gekocht, maar het was niet bepaald een smakelijke lunch. Daarna zijn we verder gereden en rond half drie kwamen we uiteindelijk bij de lodge aan. Het bleek dat we weer de enige gasten waren in de lodge. De lodge had ook een restaurant waar we dan konden eten. We kozen een kamer boven met een wat beter uitzicht. Het was bloedheet in de kamer, maar gelukkig was er airco. Het bleek echter dat die niet bepaald goed werkte, waardoor de kamer toch een beetje warm bleef. De rest van de middag hebben we gerelaxt en tegen etenstijd gingen we naar het restaurantje. Het koste veel moeite uit te leggen wat glutenvrij is, en na het menu bestudeerd te hebben, bleek er eigenlijk maar een ding beschikbaar (braaisteak). Tineke kreeg dan dit vlees zonder marinade en met aardappelpuree, ik normaal en met frietjes. Na bijna anderhalf uur wachten kwam uiteindelijk het eten, van Tineke was het bijna koud en het vlees was zeer taai. Ze heeft het dan ook grotendeels laten staan. Mijn vlees was iets beter, maar de kwaliteit van het vlees was niet wat wij gewend zijn. Veel botten en redelijk taai. We hebben ook uitgelegd wat we nodig hebben voor het ontbijt de volgende ochtend.

Dag 5: Het ontbijt de volgende ochtend was redelijk (omelet). Daarna zijn we vertrokken richting Katse dam, dwars door de bergen en over een pas die meer dan 3000 meter hoog is. Zie hieronder een impressie van de weg tot de damwand, die zelf ook erg indrukwekkend is.


















Het stuwmeer heeft een informatiecentrum, waar we eerst naartoe gegaan zijn. Het bleek dat de rondleiding net vertrokken was, maar vanuit het informatiecentrum kon je de indrukwekkende damwand goed zien.

De Katse dam is een grote dubbel gebogen betonnen boogdam. Het is met een hoogte van 185 meter een van de hoogste dammen op het Afrikaanse continent en maakt deel uit van het Lesotho Highlands Water Project. Het stuwmeer is smal en diep. Het doel van de dam is wateropslag en watervoorziening aan Zuid-Afrika en wordt ook gefinancierd door Zuid-Afrika. Daarnaast wordt en elektriciteit opgewekt dat ten goede komt aan Lesotho. Met grote ondergrondse buizen wordt het water naar Zuid-Afrika getransporteerd. Een groot deel van het water dat in Johannesburg en Pretoria wordt gebruikt komt hier vandaan. De dam is 60 meter dik aan de onderkant en heeft een kam van 710 meter lang en is gebouwd tussen 1991 en 1996 door een internationaal consortium. Inmiddels zijn er al weer uitbreidingen gemaakt en op een van de volgende dagen zagen we ook nog een brug die gebouwd wordt voor weer een ander stuwmeer.
Er is ook een botanische tuin bij de dam en die hebben we daarna opgezocht. Om deze te zien moesten we een kaartje kopen, die ook recht gaf op een rondleiding in de Katse dam. Deze bleek dan om 14 uur te zijn. De botanische tuin hebben we weer met een gids bekeken, hij heeft ons wat uitgelegd over de lokale soorten. (we zaten rond de 2000 meter boven zeeniveau). Zie hieronder een impressie van deze tuin.







We hebben ook even bij de Katse Lodge gekeken, die men inderdaad nog aan het verbouwen was. Onze gids hebben we ook gevraagd naar een restaurant voor de lunch in de buurt. Deze bleek in het dorp te liggen. Het was net voor 12 uur toen we daar arriveerden en we konden er inderdaad lunchen. We hadden gelezen over de goede zalmforel in deze omgeving en dat klopte ook. We hebben zalmforel gegeten en deze was erg goed. En je raadt het al, we waren weer de enige gasten.
Daarna was het nog erg vroeg om voor de rondleiding in de Katse Dam te gaan, maar aangezien het buiten erg warm en zonnig was, hebben we de tijd maar doorgebracht in het informatiecentrum. Rond 14 uur kwam onze gids die na een inleidend verhaaltje ons meenam naar de ingang van de dam beneden. En zoals we al gewend waren, waren we weer de enige bezoekers.
De gids vertelde ons over de historie van de dam, en we mochten een kijkje binnen nemen. Foto’s nemen mocht daar echter niet.





Daarna zijn we weer richting Aloes lodge gereden. Onderweg was er ook nog wat regen, en later die avond heeft het zelfs fors geregend. We waren dit keer beter voorbereid voor het restaurant. We zijn al om 17 uur gaan praten over de bereiding van ons eten. We hadden gisteren al aangegeven dat we graag kip wilden. Dat kon ook en we hebben precies uitgelegd hoe en wat voor glutenvrij, en ook dat het eten warm moest zijn. Toen we om half zeven bij het restaurant kwamen was het inderdaad een stuk beter en konden we tenminste allebei fatsoenlijk eten.

















Dag 6: Het ontbijt was weer ok de volgende ochtend, waarna we richting onze volgende bestemming wilden vertrekken. Het bleek echter dat het pinapparaat niet goed op de oplader had gestaan die nacht, waardoor die bijna leeg was. En dit apparaat wilde de betaling alleen uitvoeren als de lading 10% of meer was (zelfs als deze op de oplader stond). We moesten dus ongeveer een kwartier wachten voor we eindelijk konden betalen.
Onze volgende bestemming was de Sanipas. Dit is een van de bekendste passen van Zuid-Afrika en is eigenlijk de grens tussen Lesotho en Zuid-Afrika. De pas zelf is onverhard en erg steil. We moesten die dag bijna 5 uur rijden om bij de pas uit te komen. De weg was soms behoorlijk slecht (veel putholes), maar later werd deze beter. We gingen nu echt het hooggebergte in, de Sanipas zelf ligt ook bijna op 3000 meter hoogte. De hoogste pas die we zijn gepasseerd was nu 3240 meter.











Op de laatste foto’s zie je de wolken al in de verte. Toen we uiteindelijk bij de Sanipas aankwamen, zaten we in de wolken en regen. Het regende behoorlijk toen we uit wilden stappen. Het was ook nog vroeg (13 uur) en we hadden nog niet een echte lunch gehad. We hebben daarom eerst in de Lodge (Sani Mountain Escape) geluncht en zijn daarna ingecheckt. Het bleek dat we weer de enige gasten waren. Omdat het regende en mistig was, konden we niet veel zien en doen, dus de rest van de middag hebben we vooral gerelaxt op onze kamer. Tegen het eind van de middag klaarde het iets op en zijn we naar de bar gegaan om iets te drinken en van het uitzicht te genieten (alhoewel er niet echt veel te zien was). De bar staat bekend als de hoogste bar in Afrika (op 2874 meter). We hoopten op beter weer de volgende ochtend. We hadden halfpension, dus het avondeten zat erbij. Het was ook de eerste lodge waar goed rekening werd gehouden met glutenvrij. Tineke kreeg zelfs glutenvrij brood en ook de friet was glutenvrij.





Dag 7: Na een goed ontbijt vertrokken we weer richting Zuid-Afrika. Het weer was goed, het was zonnig en we konden de afdaling goed zien.






Voor de afdaling moesten we eerst de grens van Lesotho passeren. Dit ging erg vlot, ook al omdat er geen andere mensen waren. Dan kwam de echte Sanipas, met een steile afdaling over een grintweg. Deze weg is 7-8 km, waarna we bij de Zuid-Afrikaanse grenspost komen. De afdaling was inderdaad steil en rotsig, maar stapvoets goed te doen. Het is voorschrift dat je een 4×4 hebt, daarom hebben we ook deze auto gehuurd, maar naar ons idee kun je de afdaling ook wel zonder 4×4 doen. Omhoog komen trouwens ook wel taxibusjes, zonder 4×4. Onderweg was het erg rustig, we hebben maar een paar auto’s gezien. Soms moet je uitwijken, want het pad is niet altijd breed genoeg voor 2 auto’s.
Hieronder een impressie van de afdaling:










In ongeveer 50 minuten waren we bij de Zuid-Afrikaanse grenspost en ook hier gingen de formaliteiten weer erg vlot. Na deze grenspost wordt het weer een verharde weg en heb je soms nog een mooi uitzicht op de pas:




Onze eindbestemming die dag was Spionkop Lodge en was nog een paar uur rijden. Deze lodge ligt bij een natuurreservaat (Spioenkop Nature Reserve). Hier is wild en daar wilden we die middag nog even kijken. Spioenkop is vooral bekend uit de boer-war, maar daar hadden wij niet zo’n belangstelling voor. De reis ging vlot en we waren daardoor al voor 15 uur bij de lodge. Daar kregen we een kamer toegewezen en daarna zijn we weer vertrokken richting de Nature Reserve. De dieren die we gezien hebben vielen echter nogal tegen, zodat we na 2 uurtjes weer teruggereden zijn.










Die avond hebben we ook gegeten in de lodge. Voor het eten zaten we even op het terras te kijken en toen hoorde ik opeens Nederlands. Er bleek een ouder Nederlands echtpaar aanwezig, waar wij uiteindelijk ook mee zijn gaan eten (naast ons was er nog een ander gezin, het was dus weer erg rustig). Dit echtpaar bleek in de zeventiger jaren al in Zuid-Afrika gewoond te hebben, maar zijn door de apartheid terug moeten keren naar Nederland. Ze hebben toen jarenlang in stad Delden gewoond, en later in de buurt van Maastricht. Ze hebben echter altijd enige aantrekkingskracht met Zuid-Afrika gehouden en hebben met hun gezin een rondreis door Zuid-Afrika gemaakt. Daarna is hun zoon daar gaan studeren en hij is uiteindelijk met een Zuid-Afrikaanse getrouwd en ze hebben 2 kleinkinderen. Ze zijn uiteindelijk ook in Zuid-Afrika gaan wonen (in Kloof in de buurt van Durban), ook al omdat hij vooral in Afrika werkt met zijn eigen bedrijfje. Zij gaan daar ieder jaar op bezoek. De man blijkt echter een ziekte te hebben en is nu slechter ter been. Daardoor moest zijn nu voor het eerst rijden en liep hij met een rollator. De man mocht dan lichamelijk niet meer 100% zijn, geestelijk was hij dat nog wel en hij vertelde honderuit over zijn werk, over zijn zoon en allerlei andere zaken. We hoefden maar weinig te zeggen en het was bijna lastig uiteindelijk weg te gaan. Het was interessant deze verhalen te horen, ook over de tijd tijdens de apartheid.
Dag 8: De dag van de terugreis naar Johannesburg om de auto in te leveren en dan naar huis. Bij het ontbijt zagen we het Nederlandse echtpaar nog even en heb ik mijn emailadres gegeven. Zijn zoon was wellicht geïnteresseerd om contact met mij op te nemen. We moesten ongeveer 4 uur rijden naar Johannesburg. Na een korte stop bij Bergview (Harrismith) voor de koffie, kwamen we net na 12 uur bij het vliegveld terug. Ik had al contact proberen op te nemen met de verhuurder, maar dat was niet gelukt. We waren namelijk behoorlijk veel vroeger dan geboekt. Gelukkig maakte dat niet uit en waren er mensen van de verhuurder op het vliegveld aanwezig. De verhuurder had namelijk geen kantoor op het vliegveld, maar een eindje er vandaan. Na het controleren van de auto konden we dan onze eigen auto weer opzoeken en naar huis rijden.
Na een late lunch, koffers uitpakken en boodschappen doen, heb ik dan de braai weer eens aangestoken voor een goed stukje vlees. En toen viel de stroom uit, naar het later bleek in heel Pretoria. Er was dus een grote stroomstoring. Omdat het buiten erg warm was, wilden we toch de airco op onze kamer even draaien. Ik dacht dat dat wel kon op onze batterij, maar later op de avond zag ik dat deze al grotendeels leeg was. Ik heb toen de airco maar uitgezet, maar in de nacht is ook deze stroom uitgevallen en hadden we helemaal niets meer. Pas de volgende ochtend zou de zon onze batterij weer opladen. Uiteindelijk was het half acht voor deze weer genoeg stroom had om onze koelkast en vriezer weer te koelen. Het bleek ook de volgende ochtend dat het grootste deel van Pretoria om 23 uur ’s avonds al weer stroom had. Pretoria Oost had echter met meerdere storingen te maken en pas de volgende ochtend is men die gaan oplossen. Onze batterij was helemaal weer opgeladen in de loop van de middag, en even later was de stroom terug. Uiteindelijk hadden we dus ongeveer 22 uur geen stroom gehad.

Meer informatie over Lesotho kun je hier vinden: