Op safari in Tanzania (juni 2026)

We wilden wel eens een safari doen in een ander land dan Zuid-Afrika. Mijn collega’s zeiden dat Tanzania en Kenia goed reisdoelen daarvoor zouden zijn. Omdat Kenia qua veiligheid wat minder is, besloten we naar safari’s in Tanzania te kijken. Toen we dit melden aan Koen en Rinse, gaven zij aan ook wel mee te willen op zo’n safari-reis.

Omdat we vorig jaar goede ervaringen hadden met een Nederlands reisbureau, hebben we daar eerst prijzen opgevraagd. Dit bleek nogal duur te zijn, daarom ben ik verder gaan kijken via safaribooking.com. Hier kun uit duizenden safari’s kiezen, maar via filters kun je de keuze eenvoudig kleiner maken. Uiteindelijk kwamen we zo in contact met African Big Cats Safaris (https://africanbigcatssafaris.com). Dit is een kleine touroperator uit Tanzania. Het contact was erg prettig en de reis werd op maat aangepast voor ons. Aangezien er veel parken zijn die je kunt bezoeken en onze tijd beperkt is, kwamen we uit op een rondreis van 14 dagen, met chauffeur en safari-auto. We zouden op zaterdag 13 juni aankomen in Tanzania en op zaterdag 27 juni weer vertrekken. Men vond het wel vreemd dat we het niet wilden combineren met een bezoek aan Zanzibar. De normale opzet is vaak eerst een weekje safari en dan als afsluiting een paar dagen Zanzibar. Maar wij zijn geen strand-mensen, dus hebben dat overgeslagen.

Koen en Rinse zouden daarbij direct vanuit Nederland vliegen naar Kilimanjaro International Airport en wij vanuit Johannesburg. Uiteindelijk zijn we beiden eerst naar Addis Abeba gevlogen (nachtvlucht) en vandaar samen naar Kilimanjaro International Airport. Daarbij vlogen Koen en Rinse uiteindelijk vanaf Brussel met Ethiopian Airlines, en wij met dezelfde maatschappij vanuit Johannesburg. We zijn allemaal op vrijdagavond vertrokken en kwamen vroeg in de ochtend op zaterdag in Addis aan (5.30 uur). Het is ook mogelijk vanuit Amsterdam met KLM direct naar Kilimanjaro International Airport te vliegen, maar die vlucht is 2 x zo duur. En een paar maanden geleden kondigde ook Brussels Airlines aan direct op Kilimanjaro International Airport te gaan vliegen, maar toen hadden we al geboekt.

De ervaringen met het vliegen via Addis Abeba is weer precies zoals de vluchten in maart, een beetje chaotisch, maar uiteindelijk hebben we elkaar zonder grote problemen in Addis gevonden en daar nog ontbeten op het vliegveld. De vlucht van Addis naar Kilimanjaro is ongeveer 2 uur, en we kwamen daar rond 11 uur aan. Toen begon het grote wachten voor de grenscontrole. Wij zaten nogal achteraan en daarmee stonden we bijna achteraan in de rij. Uiteindelijk duurde het ongeveer 2 uur voor we door deze controle waren. We hadden 2 weken van tevoren al een online visum aangevraagd (en dat was ook verleend), maar uiteindelijk maakte het weinig uit. Je kon ook ter plaatse nog een visum aanvragen en die rij was net zo lang.

Na de grenscontrole en het oppikken van de bagage werden we opgewacht door onze chauffeur voor de komende 2 weken, Obedi Nko. De eerste nacht zouden we in de buurt van Arusha doorbrengen, dit is de grootste stad in de buurt. Hij bracht ons naar de eerste lodge (Mtoni River Lodge), waar we dan de rest van de dag konden ontspannen en uitrusten. De volgende ochtend zouden we richting Kilimanjaro gaan.

Onze accommodatie voor de eerste nacht (Mtoni River Lodge)

Zondag 14 juni: van Arusha naar west Kilimanjaro

Na een goede nachtrust gingen we de volgende ochtend op pad naar de westflank van de Kilimanjaro. Hier zouden we 2 nachten doorbrengen in een tented lodge (Kambi ya Tembo, dat betekent olifantskamp). Deze lag in een nature reserve waar we dan op safari zouden gaan. In ongeveer 3 uur reden we naar deze lodge, die erg afgelegen lag en behalve solar geen elektriciteit had. De tent was prima, alleen hadden wij niet veel warm water, maar Koen en Rinse wel. Ook was er geen stopcontact in de tent, waardoor we moesten opladen in de centrale ruimte. Maar het was niet druk, dus dat was verder geen probleem. Omdat er wilde dieren vrij rondlopen en het kamp niet omheind was, mocht je in het donker niet alleen naar de tent (en dus ook niet terug). Bij aankomst kregen we eerst een lunch en daarna hebben we een safari gedaan onder begeleiding van een lokale gids.

Bij het kamp zaten ook prachtig gekleurde vogels:

Gedurende de nacht hoorden we een beetje gekraak van takken en wat zuchten, het leek wel op een olifant in de buurt van onze tent. De volgende ochtend hebben we gekeken en het leek er inderdaad op dat er een olifant dicht bij onze tent was geweest.

Maandag 15 juni: Kambi ya Tembo

De volgende dag gingen we weer op safari, weer onder begeleiding van een lokale gids. We gingen nu wat verder, zelfs tot de grens met Kenia. Onderweg zagen we wat nieuwe dieren, zoals een Grant’s Gazelle, een Thomson’ s Gazelle en een Generuk (Girafgazelle). Deze laatste is een gazelle met een langere nek. Ook hebben we een aantal dik-diks gezien. We kenden deze al uit Namibië, maar deze komen in Zuid-Afrika niet voor. Het zijn de kleinste antilopes. Met veel moeite hebben we ook nog een olifant gevonden. Onderweg kwamen we ook herders met kuddes tegen, vooral koeien en geiten. Tegen de avond zijn Koen en ik ook nog op bezoek geweest in een Masaai boma, om te zien hoe deze mensen leven. Dat is erg primitief, waarbij de centrale plaats (boma) vol koeienmest ligt. En een man kan hier met meerdere vrouwen trouwen. De man waar wij op bezoek waren had 5 vrouwen. Elke vrouw kost hem 10 koeien, dus hij was behoorlijk rijk. Oorspronkelijk waren de Masaai nomaden, maar inmiddels zijn ze honkvaster geworden. Ze leven vooral van de koeien en geiten die ze houden. Onderweg naar de Masaai zagen we ook nog elanden.

Een stuk wandelen met een Masaai krijger
En aan het eind moesten we natuurlijk nog een souvenir kopen van hen

Dinsdag 16 juni: van Kambi ya Tembo terug naar Arusha, via Arusha National Park

De volgende ochtend hadden we een mooi helder zicht op de Kilimanjaro. De dagen ervoor was er nogal eens bewolking waardoor we de Kilimanjaro niet zagen.

Na het ontbijt zijn we vertrokken richting Arusha en na ruim 2 uur kwamen we aan bij het Arusha National Park. Hier werden we opgewacht door een gids en hebben we eerst een wandeling door het park gemaakt.

Daarna hebben we de rest van de dag in het park een safari gemaakt. Waar we bij de wandeling blue monkeys hebben gezien, zagen we nu zwart-witte franjeapen:

Voor de nacht gingen we weer terug naar de lodge van eerste nacht, Mtoni River Lodge.

Woensdag 17 juni: van Arusha naar Tarangire National Park

Na een aantal uren rijden kwamen we aan bij dit park. Voor de lunch gingen we dit keer naar een picknick plaats in het park. Daar zagen we een aantal mooie vogels:

De nacht en ook de daarop volgende nacht brachten we door in Lake Burunge Tented Lodge. Dit was een prachtige accomodatie, met bovendien volledige aanpassingen voor glutenvrij. Voor Rinse en Tineke was dit duidelijk de beste lodge voor glutenvrij eten.

Dit was de tent accommodatie

Donderdag 18 juni: Tarangire National park

Met onze chauffeur/gids hebben we nog een dag rondgereden in dit park, waarbij we weer allerlei vogels en andere dieren zagen. Obedi was erg goed in het ontdekken van vogels, hij was ook een vogelliefhebber. Hieronder nog een paar vogels die we gezien hebben. Een aantal kennen we wel uit Zuid-Afrika, maar niet allemaal. De woodland kingfisher is alleen in de zomer in Zuid-Afrika, maar hier overwintert hij dus ook.

Vrijdag 19 juni: van Tangarire NP via Lake Manyara NP naar Lake Eyasi

Na een lekker ontbijt zijn we vertrokken richting Lake Manyara NP. Door de vele regen was dit park een stuk smaller geworden (het meer was voller) en was er slechts een smalle strook waar we door het park konden rijden. Onderweg hebben we weer de nodige dieren en vogels gezien. De African Paradise Flycatcher was de lastigste vogel om te fotograferen. Hij is nogal schuw en vliegt voortdurend. Dit is de enige keer dat we deze hebben kunnen fotograferen, nog op redelijk grote afstand. Obedi ontdekte deze een paar keer, maar steeds lukte het ons niet deze te fotograferen.

Daarna zijn we richting Lake Eyasi gereden, waar we in Lake Eyasi safari lodge hebben overnacht. Hier sliepen we weer eens in een stenen gebouw, en het was erg warm binnen. Dat kwam vooral omdat je niets open kon zetten, want er stond een sterke wind. We zaten trouwens ook nog een behoorlijk stuk van het meer, we konden het alleen in de verte zien liggen. Het eten was niet geweldig die avond, maar het ergste was dat we er in enige mate ziek van werden. Ikzelf had het meeste last, tot een aantal dagen erna. Ook Koen had nog een aantal dagen last, terwijl Tineke vooral de nacht last had. Rinse had wel een klein beetje last, maar veruit het minst. Tot op de dag van vandaag kunnen we echter niet bedenken waarvan we nu ziek van zijn geworden.

Zaterdag 20 juni: van Lake Eyasi naar Karatu

Deze dag stond in het teken van de cultuur. We gingen 3 verschillende stammen bezoeken om kennis te maken met hun cultuur. Dat deden we samen met een lokale gids.

De eerste stam waren jagers. Ik heb nog met hen met pijl en boog geschoten. We hadden ook vroeger die ochtend met hen op jacht kunnen gaan, maar dat hebben we niet gedaan. Er was een jongeman die uitleg gaf over de verschillende pijlen die zij gebruikten, afhankelijk van wel dier ze wilden doden. Dit kun je in de video hieronder deels zien. We werden ook nog voorgesteld aan een jonge moeder, en Tineke moest even met de baby van een paar dagen oud op de foto. En ze sloten af met een dans.

Kun je deze taal verstaan?

Daarna gingen we naar een stam die vooral de metalen pijlpunten en andere metalen zaken maakten. Daarvoor smelten ze oud metaal (vooral aluminium en koper) om in vuur.

En als laatste gingen we naar een stam die vooral vee hield en gewassen verbouwden. Zij hadden jaren geleden van een Duitse man geleerd om uien te verbouwen en daar verdienden ze nu vooral geld mee. Dit zijn rode uien die verkocht werden in de steden in Tanzania.

Een veld met rode uien
Witte mais wordt gemalen tot meel voor maispap

Na een lunch bij de lodge waar we die nacht verbleven hadden (nu werden we er gelukkig niet ziek van), gingen we op weg naar Karatu, de laatste grote plaats voor het Serengeti NP. We brachten hier de nacht door in lodge Farm of Dreams, dit keer ook weer in een stenen huisje. Die avond heb ik ook naar Nederland-Zweden kunnen kijken op TV in de bar. Ik wal wel de enige kijker, naast de barman.

Die avond was er ook een voorstelling bij de lodge:

Onze accommodatie

Zondag 21 juni: van Karatu naar Serengeti NP

Dit is de kortste dag van het jaar, maar eigenlijk zie je nauwelijks verschil tussen de kortste en de langste dag hier. We zitten maar 300 km van de evenaar. Het verschil tussen de kortste en langste dag in ongeveer 25 tot 30 minuten.

De komende dagen gaan we rondrijden in het Serengeti National Park. Dit is het meest bekende park in Tanzania. Serengeti betekent eindeloze vlaktes en dat klopt inderdaad.

Maar vooraleer we in Serengeti komen, moeten we langs de Ngorongoro krater. Deze is zeer bekend vanwege de vele dieren die in deze krater leven. Bovendien is de weg langs de krater onverhard en gaat deze over een pas van 2300 meter hoogte.

Niet lang na het verlaten van Karatu komen we al bij de toegang tot Ngorogoro NP. Zoals iedere keer moet Obedi zich aanmelden, maar dat duurt nooit lang en daarna kunnen we de weg vervolgen de pas op. Online kunnen zij zich van tevoren al aanmelden, waardoor het slechts enkele minuten kost om toegelaten te worden. Normaalgesproken kun je dan deze weg volgen en uiteindelijk om je dan in Serengeti.

Deze ochtend echter is het mistig en kunnen we bijna niets zien. Omdat we genoeg tijd hebben die dag om in het volgende kamp te komen, had Obedi besloten een andere weg te nemen die wat minder druk is en waar we ook dieren en vogels kunnen zien.

Gelukkig trok de mist uiteindelijk ook op en konden we ook wat meer van het landschap zien. Onderweg kwamen we veel Kori bustards tegen, deze kennen we uit Zuid-Afrika en zijn de grootste vliegende vogels. Ook hebben we we een aantal secretarisvogels gezien. Uiteindelijk kwamen we ook bij een aantal meren, waar we o.a. ook flamingo’s hebben gezien. Maar het meest bijzondere was uiteindelijk wel een leeuw in een boom. Normaal zie je alleen luipaarden in een boom, maar in Tanzania hebben leeuwen zich aangepast en slapen soms ook in een boom. Ze noemen dit ’tree-climbing lions’. En Obedi spotte ook nog een African golden wolf.

Uiteindelijk kwamen we bij de toegang van het Serengeti NP. Onderweg zagen we nog weer een keer leeuwen langs de weg, maar omdat we nog een behoorlijk stuk moesten rijden tot het kamp, zijn we met wat meer snelheid gaan rijden. Bovendien reden er behoorlijk wat andere auto’s en was er erg veel stof. De wegen zijn allemaal onverhard en niet altijd even vlak. Soms zijn het zelfs echte wasborden. Uiteindelijk kwamen we bij het eerste kamp aan (Embalakai Camp). Dit kamp staat in het centrale deel van de Serengeti en heeft alle voorzieningen. Wel is er beperkt stroom en warm water komt uit de solar geyser. We gaan hier een nacht verblijven en dan verder rijden naar het meer westelijke deel van de Serengeti, waar de bekende migratie is. Echter na 2 nachten in het westen zullen we weer terugkomen in ditzelfde kamp.

Onze tent in Embalakai Camp

Maandag 22 juni: Van het centrale deel naar het westelijke deel van de Serengeti

Deze dag rijden we naar het westen. Onderweg hebben we allerlei dieren gezien, waaronder sommige die niet in Zuid-Afrika voorkomen. Daarnaast zagen we ook altijd wel leeuwen. De defassa waterbok lijkt erg op de common waterbok die we in Zuid-Afrika ook hebben. De common heeft echter een ‘wc-bril’ op zijn achterste, terwijl de defassa waterbok een witte cirkel heeft op zijn achterste, dus geen ring. De topi lijkt veel op een hartebeest, maar is toch iets anders.

We zien ook voor het eerst een luipaard, en wel in een boom:

Het kamp voor de komende 2 nachten is Mgunga Tented camp. Onderweg zien we al groepen wildebeest. De migratie is namelijk de trek van de wildebeest door de Serengeti gedurende het jaar.

We zagen ook nog een giraf die wit gevlekt was. Na enig gezoek op internet blijkt dat dit waarschijnlijk een zeldzame aandoening is: Vitiligo. Dit is dezelfde soort aandoening die Michael Jackson had.

Giraf met vitiligo

Net als het vorige kamp was er ook in Mgunga Tented Camp wel electriciteit, maar beperkt. Het was een klein kamp met maar 10 tenten. Wel hadden we hier met z’n vieren 1 grote tent met 2 kamers en in het midden een gezamenlijke ruimte.

Onze tent in Mgunga Tented Camp, Links en rechts een kamer en in het midden een gezamenlijke ruimte

Zoals bijna altijd is het diner in het kamp weer een buffet. Er is bijna altijd eerst een soepje, en dan allerlei gerechten, vaak met 1 gerecht dat vers wordt bereid. Maar in bijna alle gevallen is dat pasta, zodat Tineke en Rinse daarvan niet kunnen genieten en ze weer terugvallen op rijst.

Onze lunch moet ook altijd glutenvrij zijn. Op zich ging dat altijd goed. Bij de auto heeft men ook lunchgerei, dit zijn metalen pannen, een warmhoudpan en metalen borden en bestek. Deze worden dan ’s ochtends door de lodge gevuld met eten. Daarnaast kon je ook regelmatig individuele lunchboxen meekrijgen, maar dat was over het algemeen brood en dat werkt niet voor ons. Daarom kregen wij meestal warm eten mee voor de lunch, de ene dag kip met rijst en de volgende dag rijst met kip. Een enkele keer kregen we rundvlees mee. Op het eind kwam de rijst met kip ons wel een beetje de neus uit, dus we waren zelfs blij met de lauwe friet die erbij zat. En als toetje was er vaak fruit, meestal watermeloen, iets waar Rinse niet echt blij mee was. Gelukkig is Koen juist een liefhebber van watermeloen. Meestal zat er ook wel iets van een groenteprakje bij, maar het was dan wel botergaar. Gelukkig hebben we ook een paar keer een lunch in de lodge kunnen gebruiken en dat was over het algemeen goed. De beste lunch hadden we de eerste dag in de Serengeti. We moesten die dag van het centrale deel naar het westen rijden, maar de afstand was niet erg ver. Daarom had Obedi gezegd dat we tussen de middag wel in het kamp konden eten. Toen kregen we ook frietjes en daar was iedereen (en vooral Rinse) erg blij mee.

Dinsdag 23 juni: op zoek naar de migratie

Vandaag rijden we verder naar het westen, op zoek naar de grote aantallen wildebeest. En die vinden we inderdaad die dag, duizenden wildebeest op grote vlaktes. In totaal schijnen er ongeveer 1,5 miljoen wildebeest of gnoe te leven. En er zijn niet alleen wildebeest, ook zijn er grote aantallen zebra’s en diverse antilopes.

Vlakte met wildebeest
Een vlakte met zebra en wildebeest
Wildebeest in het water en op de kant

Naast deze grote aantallen wildebeest en zebra, zien we ook diverse andere dieren, waaronder cheetah, hyena, gieren en ook een aantal keren leeuwen.

Woensdag 24 juni: terug naar het centrale deel van de Serengeti

Vandaag gaan we weer terug naar het centrale deel van de Serengeti. Wij dachten dat we terug zouden gaan naar hetzelfde kamp (Embalakai), maar Obedi legde ons uit dat er 2 kampen vlak bij elkaar zijn en we nu naar het andere kamp gaan.

We hadden weer een hele dag safari en kwamen weer allerlei dieren tegen, waaronder ook de lovebirds, die we ook kennen vauit onze estate in Pretoria.

Voor de lunch wilde Obedi naar een echte picknickplaats gaan. We hadden al een aantal dagen min of meer wild geluncht, dat wil zeggen onder een boom en op de uitkijk of er geen gevaarlijke dieren in de buurt zijn. Toen we bij de lunchplek aankwamen was er echter een probleem. Er lagen leeuwen op de tafels.

Op enige afstand hebben we toen maar in de auto geluncht.

Ook zag Obedi nog een vogel die hij nog nooit eerder gezien had, de Eastern Plantain Eater:

Het kamp waar we die nacht verbleven was nagenoeg identiek aan het eerdere Embalakai kamp waar we verbleven, met identiek eten (buffet met als vers gekookt gerecht pasta).

Donderdag 25 juni: van Serengeti naar Ngorongoro krater

Het ontbijt is in al deze kampen bijna identiek. We hebben wat op een buffet en je kunt vers gebakken eieren krijgen. Over het algemeen is het ontbijt redelijk, maar de koffie laat nogal eens te wensen over. Er was 1 ochtend dat ik de koffie heb teruggeven en gezegd dat deze niet drinkbaar is. Toen heb ik maar ‘plastic’ koffie gedronken. We gebruiken deze term in Zuid-Afrika voor oploskoffie. Ook in Zuid-Afrika gebeurd het nogal eens dat men geen vers gezette koffie heeft, alleen oploskoffie. Wij noemen dat dan plastic koffie.

Deze dag gaan we terugrijden naar de Ngorongoro krater. We verblijven daar in een kamp buiten de krater, in de krater zelf zijn geen kampen. Het kamp is van dezelfde organisatie als eerder, Ngorongoro Embalakai Camp. De rit is niet bijzonder lang, daarom blijven we tot na de middag nog in de Serengeti. Die ochtend ontdekken we zelf een luipaard, helaas verdwijnt deze na een paar seconden weer in de struiken en ondanks gezoek, kunnen we deze niet meer terugvinden. Koen en Rinse konden echter nog wel net een foto maken. Wel vinden we dan nog een paar leeuwen tussen de struiken, die lagen echter zo verborgen dat het niet mogelijk was een goede foto te maken.

Het luipaard is in ieder geval even goed te zien
Dit was toen we het luipaard ontdekten, hij stond op de brug

Een mede-bezoeker bracht ook nog een kameleon ter attentie van ons. Het duurde even voor we die zagen, want de schutkleur was erg goed:

De lunch hebben we weer in het wild onder een boom gebruikt:

En in de safari-auto ziet het er zo uit:

Tegen de avond kwamen we in het kamp aan. Dit kamp ligt vrij hoog, daarom is de nacht ook vrij koud. De volgende dag gaan we de Ngorongoro krater in en vertrekken we vroeg.

Vrijdag 26 juni: Bezoek aan de Ngorongoro krater en dan naar Karatu

Deze krater is beroemd vanwege de vele dieren die er leven. De kraterbodem is ongeveer 600 meter lager, dus we dalen eerst hard af. We vertrekken om half zeven, het is nog erg koud. Na de afdaling ko men we in de krater. Helaas is het eerst bewolkt en duurt het even voor de zon doorkomt. In de krater ligt ook een groot meer en daar zitten flamingo’s. Dit keer kunnen we er wat dichter bijkomen en kunnen we goede foto’s maken. De flamingo’s broeden in Lake Natron. Dit is een meer wat verder naar het noorden (3 uur rijden) en daar gaan alle flamingo’s uiteindelijk naartoe.

De krater zelf is vooral een kale grasvlakte. We zien veel dieren, waaronder ook veel kraanvogels. De eerste uren zien we niet veel leeuwen, maar dat wordt later goedgemaakt.

Gelucht hebben we op een picknickplaats in de krater:

Een deel van de leeuwen die we gezien hebben:

Aan het eind zijn we nog weer teruggegaan naar de flamingo’s, om ook foto’s in de zon te kunnen maken.

En aan het eind zagen we dan ook nog neushoorns. Dat was een dier uit de big five die we nog niet gezien hadden. Het was alleen wel erg ver en door de ‘heathaze’ (luchttrillingen door de warmte) konden we niet echt een goede foto maken.

Daarna zijn we de krater weer uitgereden, met nu wel een aantal mooie uitzichten over de krater. Die ochtend was het bewolkt en nevelig en konden we niet zoveel zien.

Het was mooi om deze krater gezien te hebben, maar het is niet zo dat je daar nu allerlei dieren makkelijk ziet. Het is vooral dat er veel leeuwen zitten en deze meestal wel zichtbaar zijn, omdat er weinig beschutting is.

Die nacht slapen we weer in Karatu, net als 5 dagen eerder. Nu slapen we echter in een ander lodge, Marera valley Lodge. Na 5 nachten in tenten te hebben geslapen, slapen we nu eens weer in een stenen huisje:

Onze accomodatie in Marera Valley Lodge

Zoals altijd is het diner weer een buffet, maar Tineke en Rinse krijgen apart geserveerd (om kruisbesmetting te vermijden). De volgende dag gaan we terug naar Kilimanjaro International Airport. We vliegen echter pas rond 19 uur, dus we hebben nog een hele dag in Tanzania. Het kost ongeveer 4 uur reistijd, maar omdat er toch genoeg tijd is, stellen we aan Obedi voor om gezamenlijk ergens te gaan lunchen, om de rijst met kip te vermijden. Rinse had een lodge gevonden die goed zou zijn voor glutenvrij, dus we willen daar ergens rond de middag aankomen (het is in Arusha).

Zaterdag 27 juni: van Karatu naar Kilimanjaro International Airport

Omdat we nog een hele dag hebben, gaan we pas om 9.30 uur weg. Na 3 uur rijden komen we in Arusha en gaan we naar de lodge (Rivertrees country Inn) die Rinse had gevonden (via internet). Men bleek inderdaad een goed glutenvrij menu te hebben en Rinse durfde het zelfs aan de glutenvrije pizza te proberen. Hun pizza’s hebben namelijk een goede reputatie. Terwijl we aan het eten zijn, zien we opeens ook weer de zwart-witte franje-apen in de bomen, en voor we wegrijden ook nog de blauwapen.

Daarna heeft Obedi ons naar het vliegveld gebracht, waar we te vroeg aankwamen. De check-in was nog niet open, dus hebben we nog een tijdje moeten wachten voor we onze koffers konden inleveren en door alle controles konden. Uiteindelijk zijn we rond schema vertrektijd vertrokken en kwamen we ook rond schema aankomsttijd in Addis aan. Hier was er enig oponthoud, want we hebben zeker 15 minuten staan wachten voor er mensen kwamen om ons vliegtuig te helpen en ook bussen om ons naar de terminal te brengen. Zoals altijd moesten we ook weer door een security check en hier stonden erg lange rijen. Voor het boarden naar Johannesburg hadden we nog maar 20 minuten, dus uiteindelijk konden we de rij overslaan en via de fasttrack lane door de security. Koen en Rinse hadden echter nog een uur extra te wachten en moesten wel in de lange rij. Wij waren vrij vlot door de security en zijn direct richting gate gegaan. We dachten Koen en Rinse niet meer te zien, maar tot onze verbazing kwamen ze 5 minuten later bij ons. Het bleek dat er extra poorten open waren gegaan en zij daar bijna vooraan stonden.

Na enig wachten hebben we afscheid genomen van Koen en Rinse en konden we aan boord. We vertrokken op tijd en waren rond 4 uur (!) in de vroege zondagochtend weer terug in Johannesburg. Het was totaal niet druk en onze bagage kwam ook vrij snel, mijn koffer zelfs als allereerste koffer op de band.

Onze vaste taxi-chauffeur had de vorige keer al aangegeven dat het geen probleem was ons zo vroeg op te halen, zodat we om half zes in de ochtend weer thuis waren. Omdat de nacht in het vliegtuig wel erg kort was, waarbij ze je ook nog wakker maken om te vragen of je het eten wilt, zijn we nog even een paar uurtjes naar bed gegaan.

Ook Koen en Rinse zijn weer goed thuis gekomen, maar iets later dan ons. Zij waren rond 7 uur in Brussel en rond 9 uur weer thuis in Eindhoven.

En hier het gebied waar we hebben gereisd:

Het was een leuke afwisselende vakantie. We hebben veel in de auto gezeten, maar dan wel vaak als safari. We hadden geluk met Obedi als gids, omdat hij een vogelliefhebber was en ook erg goed was in het vinden van (kleine) vogels. Dat is met lang alle gidsen niet het geval. Het is ons meermaals gebeurd dat wanneer Obedi zei dat we naar vogels keken, andere auto’s gelijk weer doorreden. En het is ook een enkele keer gebeurd dat we een foto aan het maken waren van een vogel aan de kant van de weg en een andere auto er volle vaart voorbij stoof, zodat de vogel ook gevlogen was. We hebben heel veel vogels en dieren gezien.

Wanneer je echter voor het eerst een safari wilt gaan doen, zouden wij liever het Krugerpark aanraden. De toegangsprijzen van de parken in Tanzania zijn erg hoog. Een dagje Serengeti kost maar liefst 80 USD per persoon. En andere parken zijn iets goedkoper, maar niet echt veel. Bovendien moet je in Tanzania eigenlijk wel met een plaatselijke gids/chauffeur rijden. De wegen zijn vaak niet zo duidelijk en regelmatig staan ze ook niet op de kaart. Obedi heeft ons rondgereden zonder ook maar 1 keer een kaart te gebruiken. Je ziet bijna geen particuliere auto’s, maar vooral safari-auto’s, zeker in de Nationale Parken. In het Krugerpark kun je met een eigen auto goed rondrijden, de wegen staan allemaal wel op de kaart en de toegang is een stuk goedkoper voor mensen uit Europa (ongeveer 25 USD per persoon per dag). En qua dieren zie je net zoveel, je hebt zelfs meer kans de big 5 in het Krugerpark te zien dan in Tanzania, denken we.

Een doel van Koen en Rinse was ook de melkweg te fotograferen. Uiteindelijk is dat bij het eerste kamp gelukt. Normaalgesproken is er teveel strooilicht op veel plaatsen, en daarnaast moet de maan niet te helder zijn. Bij het eerste kamp was de maan er niet, terwijl deze later er vaak wel was. Bovendien hebben we ook nog een mooie zonsopkomst kunnen fotograferen met de Kilimanjaro.

De melkweg bij Kampa y Tembo

Onderweg tussen de diverse Nationale Parken hebben we ook veel landbouw gezien. Er werd veel mais en zonnebloemen aangebouwd. We hebben ook veel bordjes gezien met namen van rassen, en in 2 gevallen ook een bordje met Limagrain bij ons zonnebloem ras LG50745. Dit ras wordt in Tanzania verkocht door onze partner SeedCo. En er wordt ook veel rijst verbouwd.

Tenslotte nog een kleine selectie van de foto’s die we gemaakt hebben. In totaal hebben we meer dan 10.000 foto’s gemaakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *